(foto: DEC)

Blue Gate Antwerp: van brownfield tot pionierssite in de blauwe economie

Petroleum-Zuid, ongeveer 100 ha ten Westen van het stadscentrum van Antwerpen, 2 km van de kathedraal. Vroeger kon je er niet doorheen lopen zonder de permanente en penetrante oliegeur op te snuiven. Het zat er in de grond en in de lucht. Letterlijk. Nadat de activiteiten er stelselmatig afgebouwd werden, overwoekerde het grootste gedeelte van het terrein.

Al vanaf de jaren 80 kwamen de eerste plannen naar boven om het terrein weer te benutten. Het duurde echter nog 30 jaar vooraleer een realistisch en toekomstgericht plan tot uitvoering kwam. De eerste realisaties daarvan zijn inmiddels zichtbaar.

Advertising
 

Petroleum-Zuid is een historische industriële plek uit het einde van de 19de eeuw. Het stadsbestuur wilde van Antwerpen de uitvalsbasis van de Europese petroleumindustrie maken en vond een aantal Amerikaanse investeerders bereid om daarin te participeren. De bouw van de eerste installaties begon in 1898. In de eerste helft van de 20ste eeuw groeide de petroleumindustrie aanzienlijk, met een hoogtepunt tussen de twee Wereldoorlogen.

wolf depraetere dec
Wolf Depraetere – DEC (Foto: DEC)

Wolf Depraetere, projectmanager business development bij DEC: “Oorspronkelijk vonden de eerste petroleumgebonden activiteiten aan de noordelijke havenkant plaats. Maar men had toen nog niet veel kennis over en ervaring met de mogelijke risico’s ervan. Zo ontstonden er een aantal zware branden, die natuurlijk ook een impact hadden op de andere havenactiviteiten in de buurt. Vandaar dat een ‘isolatie’ van de petroleumindustrie aan de orde was, met een verhuis naar de onbebouwde zuidkant van Antwerpen als gevolg”. Maar ook dat gebeurde toen met een gebrekkige preventiepraktijk en zonder de milieuwetgeving die we vandaag kennen. Dus ook in Petroleum-Zuid ontstonden er herhaaldelijk branden, lekken enz., met veel vervuiling tot gevolg.Wolf: “Zo was er bijvoorbeeld een systeem van ondergrondse leidingen die de petroleum van de schepen naar de installaties pompte. Maar slechts een deel van het verscheepte goedje kwam in die installaties terecht. De rest sijpelde weg in de grond. En van daaruit verspreidde het zich. Zo sijpelde het ook door naar de Leigracht. De verhalen over de vervuiling uit die tijd zijn legio. Zo was het een tijdlang verboden om vlees te verkopen van koeien die graasden in de nabijgelegen Hobokense Polder. Het vlees smaakte naar mazout. Ander sterk voorbeeld: het stadsbestuur gaf een pachtrecht uit om de olie van de Leigracht af te laten scheppen en te gebruiken als huisbrandolie. Hiervan zijn registraties teruggevonden die aantonen dat zo miljoenen liters werden afgeschept.”

... verder lezen ?

Deze inhoud is voorbehouden voor abonnees. Ben je al abonnee?
Log In Lees 30 dagen gratis